“PANG!”, is wat ik naast me hoor als ik in de auto voor een open brug sta te wachten. Ik kijk naast me en zie dat het zijraam in duizend stukjes gebrokkeld is. “Ok, dat is vervelend”, denk ik. Eenmaal uitgestapt en omgelopen denk ik, “Ja. Die is echt kapot”. Een aantal mogelijkheden schieten door me heen, “Auto op het fietspad zetten” of “Beter toch maar doorrijden en een rustige plek vinden”. Ik stap weer in, en als de brug dicht is zie ik een brasserie even verderop. Ik parkeer daar de auto en merk dan pas op hoe kalm ik er eigenlijk onder ben. Ik besluit die kalmte te vieren door bij de brasserie een kopje thee te drinken. En ach, geef de lunchkaart ook gelijk maar.

Twee weken eerder ben ik met gezonde spanning onderweg naar het meest oostelijke puntje van de achterhoek. Ik ben op weg naar het Hof van Kairos, waar ik een stilteretraite ga volgen. Er rijden twee mensen met mij mee, en we voelen alle drie diezelfde spanning. We delen elkaars verwachtingen van de retraite en redenen om ernaartoe te gaan. Ik vertel, “Als software ontwikkelaar kan mijn werk behoorlijk hectisch zijn. En mijn vrije tijd vul ik altijd tot de nok met van alles en nog wat. Er is geen moment rust. Ik ben basgitarist in een aantal bands; hardlopen doe ik graag; beelden maken uit hout; lezen; zeilen… En mijn vrienden en familie vind ik ook belangrijk. Ik probeer mijn weken zo vol te plannen dat het nét past allemaal. Maar ondertussen eist dat wel zijn tol. Er is nooit rust in mijn hoofd. En daar komt dan bij dat ik 33 ben. Dus het is ook gewoon een ik-weet-niet-wat-ik-met-mijn-leven-wil-omdat-ik-dertiger-ben dingetje”. Wanneer ik de verhalen hoor van mijn medereizigers, kan ik mijn eigen sores weer relativeren. Ik heb helemaal niets te klagen. Maargoed, ik kan nu niet meer terug.

Meditatiekussen

Eenmaal aangekomen worden we hartelijk verwelkomt door Guus Went en Jerome Stoel. Zij zullen ons begeleiden. Hof van Kairos is een grote boerderij, helemaal opgeknapt zonder verlies van de karakteristieke uitstraling ervan. Een prachtig aangelegde tuin en een grote meditatieruimte. Ik krijg een kamer die ik samen met een ander deel. Wanneer alle dertien deelnemers binnengedruppeld zijn, doen we een voorstelrondje. Het is een mengelmoes van mensen en van redenen om te komen; toch is er een terugkomend thema: ‘rust vinden’. Guus en Jerome leggen op onbekommerde wijze uit hoe het programma van vanavond en de rest van de dagen er uit ziet. Ze stralen zoveel rust en vertrouwen uit, dat de spanning van me af is gevallen. We starten met de eerste zitmeditatie. Gedachtes gaan door mijn hoofd; “Waar ga ik zitten?”, “Hoe werkt dat met zo’n gek kussen?”, “Iedereen snapt dit natuurlijk al, behalve ik”. Ik kies daarom maar snel een plek achterin. Gelukkig legt Guus met alle geduld uit hoe je moet zitten zodat je ruggenwervels netjes op elkaar stapelen. Onwennig loop ik wat te schuiven en te doen, totdat ik een goede houding heb gevonden. “Ga eens rustig met je aandacht naar het zitten”, zegt Guus, “en voel de plekken waar je contact maakt met het kussen en de mat. Voel je hardheid? Zachtheid? Zit je in evenwicht”? Nog steeds zeer zelfbewust ben ik dit aan het aftasten en kijk ondertussen om me heen hoe anderen het doen. Dan gaan we naar de meditatieoefening zelf.

Rijzen & dalen

Guus en Jerome onderwijzen een Burmese vorm van Vipassana volgens de Mahási methode in de traditie van U Pandita. We krijgen de instructies en ik hoor voor het eerst de woorden “rijzen en dalen”. Maar zeker niet voor de laatste keer. Guus legt uit, “Tijdens het zitten richt je je volledige aandacht op het rijzen van de buik en het dalen van de buik. En dat benoem je met ‘rijzen, rijzen’ en ‘dalen, dalen’”. “Ok, dat klinkt simpel genoeg”, denk ik. Maar daar gaat het al mis. Want vervolgens gaat Guus verder met “Er zullen ‘objecten’ komen die aandacht vragen. Er komen gedachtes op. Benoem dat dan met ‘denken, denken’. Of je hoort geluiden. Benoem dat dan met ‘horen, horen’. Of je voelt ergens pijn. Benoem dat dan met ‘pijn, pijn’. Ga in deze gevallen met al je aandacht naar dit object en onderzoek het. Waar vindt het plaats? Welke vorm heeft het? Is het hard? Zacht? Warm? Koud? Wordt het sterker, minder, blijft het gelijk?”. “Nou, dat moet wel te doen zijn. Ja, ik bedoel, gewoon zeggen ‘rijzen rijzen’, ‘dalen dalen’. Hoe lastig kan het zijn?” denk ik ondertussen. En dan opeens schiet me te binnen: “Oh shit, ik heb me in de afgelopen tijd helemaal niet bezig gehouden met rijzen en dalen. Er zijn al hele verhandelingen de revue gepasseerd in mijn hoofd. Sterker nog, ik ben NU op DIT MOMENT ook aan het denken! AARGGH”! Dus terug naar het voelen van het rijzen en dalen van de buik. Na tien seconden komt de volgende gedachte alweer in me op. Met lichte frustratie en een glimlach richt ik me weer op het rijzen en dalen. En ja hoor, daar ga ik weer: “Goh, dat denken is behoorlijk hardnekkig. Hoe gek kun je jezelf eigenlijk maken? Toch best lastig dat mediteren. Maar gelukkig ben ik nu wel bij het rijzen en… OHNEE! Helemaal niet! ‘denken, denken’”.

Dan klinkt de gong, twee kleine koperen schijven die tegen elkaar aan komen. Een prettig geluid. Ook omdat ik me in het afgelopen uur behoorlijk heb lopen verbijten. Een uur zitten is pijnlijker dan ik dacht.

Dan volgt de loopmeditatie. Hierbij richten we ons puur op de beweging lopen. Daarbij merken we op ‘rechts, rechts’ en ‘links, links’; afhankelijk van welke voet naar voren gaat. Daarnaast zijn er nog verdiepende loopmeditaties waarbij de bewegingen in stukken worden opgehakt. Met dertien personen in de ruimte zoek ik een plekje op om de stappen te kunnen zetten. Ik probeer met volledige aandacht te zijn bij het lopen. Maar ook dat is erg lastig. Stiekem kijk ik hoe anderen het doen. “Oh, hij loopt veel langzamer”, en “Die komt recht op me af, ik moet omkeren!”, gaat het door mijn hoofd.

De gong klinkt nog een keer, en dat betekent dat we klaar zijn voor vandaag. Ondertussen is de stilte al ingegaan. We praten niet met elkaar en kijken elkaar ook niet aan. Vol indrukken loop ik naar mijn kamer en val heel snel in slaap. Om vijf uur gaat de ‘wekker’.

‘ting… ting… ting… ting…’, hoor ik. Dat is de gong. Vijf uur. De eerste officiële dag. Met een brak hoofd ga ik douchen en naar beneden.

De komende tien dagen zien er als volgt uit:

  • 05.00u – 05.30u wakker worden
  • 05.30u – 06.15u lopende meditatie
  • 06.15u – 07.00u zittende meditatie
  • 07.00u – 08.30u ontbijt & rusten
  • 08.30u – 09.30u zittende meditatie
  • 09.30u – 10.30u lopende meditatie
  • 10.30u – 11.30u zittende meditatie
  • 11.30u – 12.00u lopende meditatie
  • 12.00u – 14.00u warme maaltijd & rusten
  • 14.00u – 15.00u zittende meditatie
  • 15.00u – 16.00u lopende meditatie
  • 16.00u – 17.00u zittende meditatie
  • 17.00u – 17.30u yoga
  • 17.30u – 18.00u bouillon/thee
  • 18.00u – 19.00u dhamma-talk en instructies
  • 19.00u – 20.00u lopende meditatie
  • 20.00u – 21.00u zittende meditatie

De eerste loopsessie gaat aardig, maar de zitsessie erna is vechten. Ik ben herstellend van een verkoudheid en ben constant aan het hoesten. En iedereen vindt dat vervelend. Denk ik. Dus ik ben alleen maar bezig met ‘niet hoesten, niet hoesten’. Dat werkt averechts natuurlijk. En als ik denk dat de gong nooit meer gaat klinken, hoor ik hem. Eindelijk! Ontbijten! En dat is best vreemd. In de rij om je eten te pakken. “Wat ga ik nemen?”, “Oeps, ik stoot tegen iemand aan.”, “Hmm, waar zal ik gaan zitten?”, “Die is snel aan het eten, zeker niet mindful!”, de gedachtes stromen maar door. Vooral over de anderen, en hoe gek ze mij wel niet vinden. Dan gaan we door met zitten, lopen, zitten, lopen. Hoesten, pijn, gedachtes, enorm verlangen naar de gong. Om 12:00 krijgen we de warme maaltijd en tegelijkertijd het laatste voedsel van de dag. Het eten is werkelijk voortreffelijk en wordt gemaakt door twee vrouwen die eerder retraites hebben gedaan en nu graag iets terug willen doen. Elke dag wordt er weer uitgebreid gekookt inclusief dessert. Ik had het voedsel me veel kariger voorgesteld, dus dat is een meevaller. Na de lunch gaan we verder. Ik merk dat het me lukt om langer ingespannen en geconcentreerd bij het basisobject te blijven. Tijdens het lopen merk ik op welke spieren zich wanneer spannen, welke delen van de voet wanneer contact maken met de grond.

 

Dhamma talk

Om zes uur wordt een Dhamma talk gegeven, iets waar ik naar uit heb gekeken. Ik ben erg benieuwd waar dit nu vandaan komt, waarom we het op deze manier doen. Gisteren merkte ik al dat de retraite een sterke Boeddhistische grondslag heeft. Ik heb me de laatste tijd verdiept in Islam. Ik vind dat er heel veel mooie dingen te vinden zijn in deze religie. Met een geheel open geest wil ik nu horen wat het Boeddhisme is, en of ik overeenkomsten kan vinden. De Dhamma talk gaat over de basis van de Vipassana retraite. Over respect betuigen, toevlucht nemen tot de Boeddha, de Dhamma (instructies) en de Sangha (leraren) en over de leefregels. De leefregels zijn voornemens van Boeddhisten met een aantal extra regels voor tijdens de retraite. Het gaat bijvoorbeeld over het niet nemen van leven, niet nemen van wat niet is gegeven, niet liegen. Voor elke Dhamma talk reciteren we een aantal teksten die over respect, toevlucht en leefregels gaan. Deze worden in het Pali voorgelezen. We worden uitgenodigd hier aan mee te doen. De eerste dagen denk ik, “Ja, euhm, ik weet het nog niet.” Het opdreunen van deze teksten met z’n allen voelt een beetje sekte-achtig aan. Later begint me te dagen dat de teksten zelf puur en eerlijk zijn. Er wordt niets opgelegd en eigenlijk ben ik het er volledig mee eens. Dus na een aantal dagen ben ik vrolijk mee aan het reciteren.

Langzaam beginnen de dagen in elkaar over te vloeien. Mijn hoesten gaat weg en is geen issue meer. Maar de pijn blijft. In mijn knieen, stuitje, billen, rug… Ik neem de pijn dan ook als meditatieobject; en als ik me op de tweede dag volledig op de pijn in mijn linkerknie aan het focussen ben, verdwijnt deze als sneeuw voor de zon en ga ik terug naar het rijzen en dalen van mijn buik. Heel snel daarna begin ik te glimlachen, en er komen tranen uit mijn ogen. Ik voel me ineens intens gelukkig. Dat moment duurt misschien een paar seconden, want voor ik het weet ben ik er over aan het nadenken en is het weg. “Wat was dit?!? Wow!” Het lukt me niet meer daarnaar terug te gaan tijdens de sessie, en de rest van de dag ook niet. Maar ik weet wel dat dit iets heel speciaals is. En tegelijkertijd helemaal van mij. En niet gemakkelijk over te brengen in woorden.

Frustratie en vertrouwen

Er komen meer van dat soort momenten, juist wanneer ik het niet verwacht. Maar op de vijfde dag gaat het mis. Het lukt me de hele dag niet, ik voel me gefrustreerd en ik worstel met mijn ademhaling. Wanneer ik tijdens de een-na-laatste zitsessie van 16:00 denk, “WANNEER GAAT DIE *&!@#$ GONG NOU EENS!”, ben ik boos. Op alles. Op de gong, op de Sangha’s, op mijn mede Yogi’s, vooral op mezelf. “Ik heb geen zin meer in deze onzin”, denk ik. Ineens kijkt Guus me indringend aan. Daar schrik ik van. Ik weet niet of hij mijn boosheid ziet, maar ik kijk snel weg. Tijdens de Dhamma talk en de volgende loopsessie kom ik tot rust. Er komt een gelatenheid over me. “We zien het allemaal wel”, denk ik. Ik loop mindful terug naar mijn zitmeditatieplek en op het moment dat mijn billen het kussen raken, voel ik ineens een gevoel van thuiskomen. Dat is zo krachtig en totaal onverwacht, dat het me enorm overvalt. Ik kan me met volledige focus op het rijzen en dalen richten en heel snel komt er een vloedgolf van warmte en geluk over me heen. Mijn vertrouwen is in één klap weer hersteld.

Het gebeurd me later nog vaak genoeg dat ik momenten van frustratie heb, maar het vertrouwen in de instructie is volledig. Ik heb nu een aantal keer aan die vreugde mogen proeven en van binnen weet dat dit klopt. Dat dit is waar ik naar op zoek ben. Er komen op compleet onverwachte momenten heldere wijsheden naar voren. Ongevraagd zijn ze daar ineens. Wijsheden die heel erg persoonlijk zijn. En wijsheden die je misschien op een Delfts blauw tegeltje tegen zou komen. Maar die van zo diep komen dat ik weet dat het waar is. Iets wat je alleen zelf maar kunt ervaren door het doen. Door te gaan oefenen.

Stilte doorbroken

Als op de tiende dag voorzichtig de stilte wordt doorbroken, en de ervaringen in een kring gedeeld worden, is het een feest der herkenning. Iedereen heeft geworsteld met pijn, frustratie, denken, geluiden. En nee, niemand is opgevallen dat ik veel gehoest heb. Bij het afscheid zegt Jerome tegen me, “Je was voor mij op sommige momenten een steun; doordat je met zoveel rust en vastberadenheid zat”. Dat overvalt me en vat ik op als een prachtig compliment.

Op vrijdag rijden we terug de randstad in. Ik merk een lichte hoofdpijn door al het praten en het verkeer om me heen. Jerome en Guus hebben hier al voor gewaarschuwd. En als ik mijn mede reiziger afgezet heb in Leiden en door naar huis rijd, gaan de slagbomen voor de brug dicht. Zonder enig vermoeden zet ik de motor af en ga naar het rijzen en dalen. De hoofdpijn verdwijnt en ik kom tot rust.

En dan ineens: “PANG”! Maar ik kan me er onmogelijk druk over maken. Later, tijdens mijn lunch bij de brasserie merk ik op hoe behulpzaam het personeel eigenlijk is. Ik merk dat ze wat vaker bij me langskomen om te vragen of alles naar wens is. En ineens komt er een gevoel van geluk bij me op. Ik ben gelukkig met deze ervaring en hoe ik er nu mee omga. Met een glimlach reken ik af en rijd naar huis.

Of Guus en Jerome precies alles gezegd hebben zoals ik hier beschreven heb, weet ik niet. Dit is hoe ik het me herinner en het op mij is overgekomen. De Dhamma talks hebben veel meer diepgang dan ik hier heb weergegeven. Ze hebben veel impact op mij gehad en hoe ik tegen dingen aankijk. Dat ik me verder ga verdiepen is zeker. Dat ik meer retraites ga doen ook.

Hopelijk heb ik je hiermee kunnen inspireren en wil je het zelf ook ervaren. Guus en Jerome organiseren twee keer per jaar een tien daagse Vipassana retraite.

Houd het in de gaten op:
https://www.bewustvrij.nl/vipassana-retraite/
http://achtzaamheid.nl/cursusoverzicht

Meer informatie over Vipassana op:
http://vipassana.startpagina.nl/

Inmiddels ben ik voor een zestig-daagse retraite naar Nepal geweest. Meer over die ervaringen lees je hier.